Waarom is gestart met Jong Leren Eten?

Gezond eten en een gezond eetpatroon zijn van belang voor de gezondheid van ieder individu, maar ook voor de samenleving als geheel. Voorkomen is beter (en goedkoper) dan genezen. Maar de feiten zijn zorgelijk: van de Nederlandse kinderen eet minder dan 1% genoeg groente en minder dan 5% genoeg fruit. En meer dan 10% van de kinderen en jongeren tussen de 4 en 20 jaar heeft overgewicht.
Daarom besteden scholen en kinderopvangcentra steeds meer aandacht aan Jong Leren Eten en is er de afgelopen jaren allerlei lesaanbod ontwikkeld om kinderen bewust te maken van duurzaam en gezond voedsel. Maar waar vind je al dat lesaanbod en hoe maak je er een samenhangend en effectief lesprogramma van voor je school?
Het programma Jong Leren Eten wil kinderopvangcentra en scholen hierbij ondersteunen en zo bevorderen dat kinderen en jongeren leren kiezen voor gezond en duurzaam eten.

Wat wil het programma Jong Leren Eten bereiken?

We willen dat kinderen en jongeren van 0 tot 18 jaar meer weten over voedsel zodat ze gezonde en bewuste keuzes maken. Ons doel is dat ze meer groente en fruit eten en dat ze zich bewust zijn van gezonde en duurzame keuzemogelijkheden.

Hoe kun je dat bereiken?

Dit vraagt een structurele en samenhangende aanpak, waarbij kinderen naast kennis veel praktische ervaring opdoen. Niet incidenteel, maar geïntegreerd in het wekelijkse lesprogramma. Niet alleen op de basisschool maar tijdens hun hele schoolloopbaan.

In een compleet lesprogramma over voeding leren kinderen:

  • verschillende smaken kennen en waarderen;
  • alles over de herkomst van voedsel;
  • zelf voedsel bereiden en bewaren;
  • over allerlei soorten voedsel, en
  • hoe ze gezonde en duurzame keuzes kunnen maken.

Wat doet Jong Leren Eten?

Jong leren eten concentreert zich op eten; op kennisontwikkeling én op proeven, beleven en ervaren. Daarbij is ook aandacht voor een gezond aanbod in de omgeving (zoals schoolkantines, automaten). Zo leren kinderen samen anders handelen.

We bevorderen dat voeding een centrale plek krijgt op kinderopvangcentra en scholen door een compleet overzicht te geven van alle projecten en programma’s op het gebied van voeding. Zoals het aanbod van Gezonde School, Smaaklessen, EU-Schoolfruit, de Gezonde Schoolkantine, schooltuinen, excursies en kooklessen. Dat doen we via deze website, financiële ondersteuning en regiomakelaars. Zo kun je deskundigheid inhuren via Gezonde School of excursies maken in de regio. Regiomakelaars organiseren een breed, regionaal aanbod en denken mee over een samenhangende aanpak die werkt. Daarbij werken ze nauw samen met adviseurs van de GGD en Natuur- en Milieu Educatiecentra (NME). We stimuleren ook dat scholen elkaar inspireren door goede voorbeelden in beeld te brengen.

Voor wie is Jong Leren Eten?

Jong Leren Eten is voor alle jongeren van 0-18 jaar. We willen hen bereiken via de kinderopvangcentra en scholen.

Wie zijn de initiatiefnemers?

Jong Leren Eten is een programma van het ministerie van Economische Zaken en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. We werken samen met allerlei andere overheden, organisaties en bedrijven, zoals het ministerie van Onderwijs en Wetenschappen, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), GGD-en, DuurzaamDoor, Natuur- en Milieu Educatiecentra (NME) en supermarkten.

 

Wat doen de makelaars/ondersteuners voor de regio precies?

Vanaf januari 2017 zijn er in elke provincie zogenaamde ‘makelaars’ actief die scholen en andere organisaties wegwijs kunnen maken in de vele mogelijkheden voor voedseleducatie. Ze helpen je om die een plek te geven in het onderwijs of kinderopvang. Of het nu gaat om een adres voor boerderijeducatie, het organiseren van een kookles, een leskist van een Natuur- en Milieu Educatiecentrum (NME), begeleiding van de GGD bij structurele implementatie in het leerplan of het behalen van het vignet Gezonde School. Daarbij werken de makelaars samen met medewerkers van GGD en NME. Je makelaar weet wie er in je regio actief zijn, welke mogelijkheden er zijn, welke combinaties mogelijk zijn en welke ondersteuning je kunt krijgen. Daarbij staat de vraag van de school of het kinderopvangcentrum centraal.